Maar is het echt subsidievrij?

Nee, want de elektriciteit moet wel aan land komen. Netbeheerder Tennet moet hiervoor een flinke installatie in zee leggen en krijgt daarvoor subsidie van het ministerie van Economische Zaken. In totaal investeert de overheid zo'n € 2 mrd voor deze 'stopcontacten op zee' en omgerekend komt dat neer op 1,4 eurocent per kilowattuur. De turbines zelf draaien dus subsidievrij, maar versturen hun stroom met staatssteun.

Waarom is transport een probleem?

Vanwege een naar gegeven: wie elektrische stroom door een kabel stuurt, krijgt te maken met weerstand en daarmee met verliezen. Dat is lastig voor windparken die soms tientallen kilometers van de kust liggen, en de enige manier om het verlies te beperken is de spanning zo hoog mogelijk opvoeren. De wet van Ohm is daarin oersimpel: hoe hoger de spanning, des te lager de stroom en daarmee de weerstand. Vandaar ook de noodzaak van hoogspanningskabels in het land: netbeheerders voeren de spanning op tot 380.000 volt en brengen die pas nabij woonwijken met transformatorhuisjes weer terug. Zodat uit de stekkerdoos 230 volt komt.

Wat is dan het probleem op zee?

Het punt is dat bij het windpark een enorme transformator nodig is die de spanning opvoert. Zo staat voor de Duitse kust het bouwwerk Dolwin2, een groot offshore station dat 916 MW aan vermogen uit omliggende windparken kan verwerken en via een 45 km lange kabel aan land brengt: met gelijkstroom, want dan zijn de verliezen het laagst. Technisch is dit een hoogstandje en het is broodnodig om groene stroom bij de Duitsers te krijgen. Maar het kostte wel € 1 mrd.

Betaalt de burger hier voor?

Ja. Iedereen kan het zelfs op zijn energierekening zien staan. Voor de gewone kabels op land betaalt iedereen netwerkkosten. En voor kabels op zee staat op de stroomrekening de post ODE, de opslag duurzame energie. Dat geld is bedoeld om groene stroom te subsidiëren, en een deel hiervan gaat naar Tennet om de buitengaatse stopcontacten te bouwen.

'Dit park draait niet op subsidie, maar op wind,' zei minister van Economische Zaken Eric Wiebes maandag toen de winnaar bekend werd. Voor de wieken klopt het, maar voor het geheel is hij nog een stap te vroeg.

Weergave van schakelstation in een windpark
Weergave van schakelstation in een windparkTennet

Wind goudmijn voor ontwikkelaars

Innogy Windpower krijgt waarschijnlijk meer dan 100 miljoen euro rijkssubsidie om bij de Eemshaven op drie locaties dertien windmolens te ontwikkelen.

Het gaat om acht turbines in de Oostpolder, twee bij windpark Westereems en drie op de Oostpolderdijk. De duurzaamheidssubsidie SDE+ wordt eens in de zoveel tijd door het Rijk verstrekt.

Een woordvoerder van Innogy wil deze keer het exacte subsidiebedrag niet bekendmaken. Ter vergelijking: Innogy ontvangt voor vijftien turbines van windpark N33 bij Meeden 163 miljoen euro.

Het energieconcern kan zich bij de Eemshaven nog niet definitief rijk rekenen. Tegenstanders hebben bij de Raad van State bezwaar gemaakt. Met name omwonenden vrezen overlast en vinden de komst van de turbines soms op enkele honderden meters van hun woningen een te grote aantasting van de omgeving.

Protest aangetekend

Zij verwachten dit jaar een uitspraak van de Raad van State. Tegen de benodigde vergunningen is protest aangetekend. Een belangrijk aspect is slagschaduw op woningen. Innogy heeft toegezegd de turbines af te schakelen als de slagschaduw op een huis te groot is.

Een bewoner vroeg de provincie rekening te houden met de belangen van alle bewoners in het gebied. Hij stelde dat het maatschappelijke draagvlak voor grootschalige windenergie ontbreekt. Het antwoord van de provincie luidde dat er een klankbordgroep is opgericht, maar dat draagvlak geen aspect is dat bij de besluitvorming wordt betrokken.

Innogy is niet de enige partij die een windmolenpark wil aanleggen in de Oostpolder bij de Eemshaven. Waddenwind BV, een initiatief van landbouwers, heeft daar dertien turbines in de planning en krijgt ook een miljoenensubsidie.

Veiligheidsaspect

Het plan voor de turbines op de Oostpolderdijk had de afgelopen jaren heel wat voeten in de aarde. In het algemeen bestuur van Waterschap Noorderzijlvest werd stevig gedebatteerd over het veiligheidsaspect. Kan die worden gegarandeerd of wordt de dijk met de plaatsing van turbines kwetsbaar gemaakt?

Innogy stelt van niet. De gebruikte technieken zijn veilig en de windmolens worden in de verstevigde dijk verankerd. Innogy wil heel graag de ervaring die samen met molenbouwer Lagerwey wordt opgedaan, ook elders in de wereld benutten en te gelde maken.

Kamp: “18 miljard subsidie naar windparken op zee”

Kamp: “18 miljard subsidie naar windparken op zee”

DOOR  OP 15-11-2013 
IN 

Kamp: “18 miljard subsidie naar windparken op zee”

De Rijksoverheid zal offshore windparken voor 18 miljard euro gaan subsidiëren. In het Energieakkoord is afgesproken in 2023 3450 megawatt aan nieuw vermogen is aanbesteed. Dit zegt minister Kamp van Economische Zaken op vragen van partijgenoot René Leegte (VVD) naar aanleiding van het nieuwsbericht ‘Goedkopere windmolens op zee zijn niet waarschijnlijk’ in de Volkskrant.

18 miljard subsidie

Dit is wat de Rijksoverheid ‘maximaal’ wil uitgeven, aldus Kamp. In het bedrag van 18 miljard euro zitten alle verstrekte (SDE+) subsidies tot 2020. De uitbetaling hiervan vindt plaats over een periode van 15 jaar. Kamp in zijn brief: “De SDE+ beweegt echter mee met de energieprijzen, waardoor de werkelijke uitgaven lager kunnen uitvallen. ECN en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hebben bevestigd dat het resulterende kasbudget voldoende hoog is om de doelstellingen van 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023 te halen. Het is mogelijk dat lagere kasuitgaven volstaan om de doelstellingen te halen. Indien dat het geval is, zullen de budgetten daarop worden aangepast”.
Het Rijk heeft naast het vastgestelde subsidiebudget een extra bedrag van 350 miljoen euro gereserveerd (in de jaren 2019 en 2020) om de duurzame doelstellingen te behalen: 14 procent duurzame energie in 2020 en 16 procent in 2023.
Lees ook het artikel: “Windmolens op zee zijn 15 miljard euro duurder”, waarin een consortium van wetenschappers kritiek hebben op de berekeningen van Energieonderzoek Centrum Nederland inclusief een reactie van ECN zelf.

Kostenreductie

In 2023 moet er voor 4450 MW aan offshore windvermogen geïnstalleerd. De windsector zelf denkt in de periode 2014-2024 een kostenreductie van 40 procent te realiseren. Dit heeft de sector ook afgesproken met de Rijksoverheid in de Green Deal Offshore Windenergie. Daarbij zijn 50 bedrijven vanuit de sector bij betrokken. Nieuwe innovaties moeten bijdragen tot een forse daling van de kostprijs. Eind 2011 waren er 2200 banen in de offshore windenergiesector met een omzet van 1 miljard euro per jaar. In 2020 moeten er 11.000 banen gecreëerd zijn in deze sector, aldus brancheorganisatie Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA).

Minimale groei

Eerder werd bekend dat de duurzame energieproductie in Nederland in 2013 minimaal zal groeien. In 2012 kwam 4,4 procent van de productie uit duurzame energiebronnen, in 2013 zal dit gegroeid zijn naar 4,6 procent, zo schat AgentschapNL in. In 2015 moet het percentage duurzaam op 5,7 procent liggen.