• WINDMOLENPARKEN IN ZEE CATASTROFAAL VOOR VISSEN EN ZEEZOOGDIEREN

     

    vv_newsimg_121130.jpg

    WINDMOLEN

    De aanleg van grootschalige windmolenparken in de Noordzee heeft een ernstig verstorend effect op vissen en zeezoogdieren zoals de beschermde bruinvissen. Dat zei marien akoesticus Wim Verboom van TNO vanmorgen in het VARA-radioprogramma Vroege Vogels. Door geluidsoverlast tijdens de bouw, maar ook daarna, lopen waterdieren ernstige gehoorbeschadigingen op.

    Het heien van de stalen buizen van de windmolens in de zeebodem is al het eerste probleem. In de Verenigde Staten heeft onderzoek opgeleverd dat vissen al bij 165 dB gehoorbeschadiging oplopen. Uit metingen blijkt dat heien onder water een geluidsniveau van 262 dB (decibel) bereikt, een geluidsniveau dat zeker 30.000 keer sterker is. Voor het heien van één paal zijn zo’n 1500 klappen nodig. “Vissen die in de onmiddellijke omgeving van de heiplaats zwemmen zijn dus direct dood”, aldus Verboom.

    In bedrijf zijnde windmolens maken net zoveel geluid als een flink zeeschip. De tandwielkast in de kop van de molen veroorzaakt onderwater geluidstrillingen van zo’n 150 dB. Algemeen bekend is dat bruinvissen wegvluchten van schepen. Studies die in Nederland zijn verricht wijzen uit dat bruinvissen en zeehonden bij een geluidsniveau van 100 dB wegvluchten van de geluidsbron. “Bruinvissen zullen dus nooit het gebied van windmolenparken binnengaan, met als gevolg dat de bruinvissen voor onze kust worden verdreven”, zegt de TNO-onderzoeker. 

    Veel waterdieren hebben hoogontwikkelde geluidsorganen om zich te oriënteren, voedsel te vinden en met elkaar te communiceren. Ze moeten het van geluid hebben om partners te vinden en gevaar te ontwijken. Een zeedier met gehoorbeschadiging is eigenlijk zowel blind als doof tegelijk. Een bruinvis die niet meer goed kan horen hongert dood. Zo zou er ook een verband kunnen bestaan tussen de strandingen van walvissen en het toegenomen lawaai op zee.

    Het eerste windmolenpark, dat nu voor de kust van Egmond wordt aangelegd, gaat uit 60 windmolens bestaan op een oppervlakte van 25 km2. Minstens de dubbele oppervlakte wordt onttrokken aan het leefgebied van de bruinvissen. Bij de Milieu Effect Rapportage is niet eerst onderzoek gedaan naar de invloed van geluid onder water, omdat dat wettelijk niet nodig is.

    “Voor dit probleem is nauwelijks politieke en maatschappelijke belangstelling”, aldus Verboom, en het is een dilemma voor de milieubeweging. “Ik ben niet tegen windenergie en windmolens”, zegt Verboom, “maar leg niet op grote schaal allemaal van die windmolenparken aan op zee”. 

Nieuw onderzoek? Nee, zeker niet. Dit dateert uit de tijd voor de aanleg van park Egmond. Is daarmee dit onderzoek achterhaald? Volgens Joris Wijnhoven, campagnevoerder en lobbyist van Greenpeace wel. 

Joris Wijnhoven, in dienst bij Greenpeace, vind de enige waarheid zijn waarheid. 11 Maanden per jaar zijn bruinvissen drachtig. Er mag (volgens Joris) maar 6 maanden per jaar geheid worden. Dan heb je toch nog 5 maanden ‘te pakken’. Ik dacht dat Greenpeace voor natuurbescherming stond. Kan mij nog herinneren dat zij ‘oorlog’ voerden om walvissen te beschermen. En terecht. Maar bruinvissen horen toch ook tot de zeezoogdieren, een ondersoort van de dolfijnenfamilie? Hoet zit dat dan, Joris Wijnhoven?

Of is dat ‘collateral damage’? Zoals Wijnhoven eerder stelde, maar dat niet meer wist. Wijnhoven vertelde dat in een interview op 23 februari 2016 bij Radio West.  Sowieso interessant om te horen op welke punten Greenpeace en Vrije Horizon verschillen van mening. Het lijkt erop dat Wijnhoven een selectief geheugen heeft. Of ervan overtuigd is dat zijn gelijk het enige gelijk is, ongeacht of dat onderbouwd, correct of aantoonbaar onjuist is. Ons advies: volg op twitter @jorisw-gp, en laat hem weten wanneer je denkt dat hij weer ‘fake nieuws’ lanceert.