De Twin-Rig Visserij.


Ontstaan in Denemarken
Rond 1983 ontwikkelden Deense vissers in samenwerking met het Deense Visserij Instituut te Hirtshals een twinrigsysteem met drie vislijnen om op Noorse kreeft (Nephrops norvegicus) te vissen. De Denen pasten het concept ook toe in de visserij op steurgarnalen (Pandalus borealis). De resultaten pakten goed uit en in 1987 vond de methode navolging in Schotland.

 

Vanaf 1992 nam de ontwikkeling van de twinrigvisserij ook in Schotland een enorme vlucht. Schotse vissers constateerden dat behalve de vangst van Noorse kreeft ook de bijvangsten van rondvissoorten toenamen.

De methode
 De naam twinrigging of twin-trawling geeft het principe van deze vismethode reeds aan. Bij twinriggen zijn de beide trawlnetten tijdens het vissen aan elkaar verbonden. Slechts aan de buitenzijde van de dubbelgevormde netconstructie bevinden zich scheerborden.

Bij twinriggen spelen snelheid en vislijnen een belangrijke rol. De twinrigmethode, zoals de Denen, Engelsen en Schotten met verhoudingsgewijs kleine vaartuigen toepassen, leert ons dat voor het vangen van met name schol en kabeljauw geen uitzonderlijk hoge snelheden nodig zijn. Een snelheid van gemiddeld 2,8 mijl per uur is ruim voldoende.

De vier kabels die de beide trawlnetten vanaf de twee scheerborden en het centrumgewicht voortslepen, zorgen ervoor dat de 'opgejaagde' vis naar de positie toe zwemt waar even later de grondpees van één van de beide trawlnetten overheen rolt.

Invloed van weersomstandigheden
De beste vangsten vinden plaats bij daglicht en helder water. Ofschoon over het algemeen doorgevist wordt, zijn de vangsten in het donker aanzienlijk minder. Daarom kiezen de meeste vissers voor een lange trek van vier tot vijf uur. Bij dik (troebel) water zijn de stofwolken niet effectief genoeg om de vis te doen laten opschrikken. De twinrigvisserij kan dus voornamelijk onder gunstige weersomstandigheden plaatsvinden of in gebieden (centrale en noordelijke deel van de Noordzee) waar bodemzand bij eventueel slecht weer minder turbulentie veroorzaakt.

De Nederlandse vloot
De Nederlandse belangstelling voor twinriggen is uiterst pril en ondergaat sinds 1999 een sterke ontwikkeling. Het zijn vooral de eigenaren van Eurokotters en in mindere mate de eigenaren van grote boomkorkotters die deze vorm van vissen de moeite waard vinden.

Een Urker schipper die onder Belgische vlag vaart, was de eerste die de methode, aanvankelijk incidenteel en later structureel, met een grote boomkorkotter in 1996 praktiseerde. Inmiddels oefenen meerdere vlagkotters, al of niet gebouwd als boomkorkotter, de twinrigvisserij seizoensmatig uit en zijn in 2001 meerdere eigenaren van Eurokotters overstag gegaan.

De MDV 1 vist ook met de pulstwinrig, waardoor dit type vissersschip één van de duurzaamste is van de Nederlandse vloot en van omringende landen.