Boomkorvisserij

Kotters varen de haven van Veerebinnen in 1959. De boomkor is al duidelijk te zien bij de eerste generatie van dit type schepen.

Een garnalenkotter uit Pellworm met opgehaalde netten

Een boomkorkotter uit Katwijk

Een boomkorkotter uit Ouddorp (OD-1)

Een boomkorkotter van Texel vaart de haven IJmuiden uit

Boomkorvisserij is een visserijmethode waarbij door een viskotter twee sleepnettenover de zeebodem worden getrokken. De vangst bestaat vooral uit platvis. Deze vorm van visserij wordt vooral beoefend door Nederlandse en Belgische vissers, maar ook Engelse, Ierse, Duitse en Deense vissers hanteren het voornoemde vismateriaal. De boomkorvisserij vindt plaats in de zeeën rond deze landen zoals de NoordzeeHet Kanaal, de Ierse Zee, de Golf van Biskaje en het Skagerrak. De voornaamste vissoorten die ermee gevangen worden zijn scholtongschartarbot en andere platvissoorten.

Omschrijving van de vismethodeBewerken

De boomkor bestaat uit een sleepnet, dat tegenwoordig wordt opengehouden door de boom, een metalen buis aan de voorkant van het net. Met betrekking tot het aangegeven woord boom is niet de benoeming van een boom in de werkelijke zin van het woord aan de orde maar betreft het een Hollandsesamentrekking van het woord bodem. Aan de uiteinden van de huidige boom zitten zware stalen sloffen of sleeën, die over de zeebodem glijden. Kor betekent sleepnet. De mazen zijn aan het begin groter dan aan het eind, waardoor ondermaatse vis kan ontsnappen. Aan de boomkor zijn vaak verschillende kettingen bevestigd die ervoor dienen de platvis uit het zand op te laten 'schrikken'. Deze kettingen worden daarom wekkerkettingen genoemd. Na twee uur haalt de bemanning (circa zes personen) de netten met de onderkant naar boven aan boord en leegt de inhoud in een bak. Nadat het net weer is uitgezet, gaan de vissers de vangst grof sorteren, van ingewanden ontdoen en schoonspoelen. Zo gaat het vier tot vijf etmalen aan een stuk door, dag en nacht. Tussendoor doen de mannen korte slaapjes van amper een uur.

Doordat de zware vistuigen over de bodem heen gesleept moeten worden, vergt de boomkorvisserij veel kracht. De eurokotters (kustzone) zijn uitgerust met motoren van 300 pk. De grotere kotters hebben 2000 (vroeger tot wel 4000) pk. Nu de olieprijs structureel hoog is, wordt de boomkorvisserij minder rendabel. Sinds de gestegen brandstofprijzen hebben veel vissers het aantal wekkersverminderd en in sommige gevallen is zelfs gekozen voor een kleinere diameter van de kettingen om een gewichtsreductie te bewerkstelligen. Het gewicht van de wekkers is soms aanzienlijk en bedraagt circa 25 % van het totale tuiggewicht. Het succes van de boomkor kan in feite worden verklaard uit het feit dat de boomkorconstructie een aantal zware wekkers toelaat. De vangst van tong neemt doorgaans duidelijk toe bij gebruik van een groter aantal wekkerkettingen.

De boomkorvisserij is in Nederland ontwikkeld na de Tweede Wereldoorlog. Vanaf de jaren 60 werd dit de toonaangevende manier van visserij. De scheepsgrootte nam snel toe tussen de jaren 60 en 80. Plaatsen langs de Nederlandse en Belgische kust met veel boomkorkotters zijn NieuwpoortOostendeZeebruggeBreskensVlissingenArnemuidenOuddorpGoedereedeStellendamKatwijk aan ZeeDen HelderOudeschildUrk en Zoutkamp. Urk telt de meeste boomkorkotters. Eind jaren 80 telde Nederland meer dan 300 grote boomkorkotters. Na verschillende saneringsronden zijn er nog circa 125 over. Verder zijn er een kleine 80 Eurokotters die voor een groot deel van het jaar met de boomkor vissen. Ook hanteren meer dan 100 garnalenkotters hetzelfde principe, zij het met veel lichtere tuigen. In Groot-Brittannië komt op kleine schaal ook boomkorvisserij voor, Lowestoft kent een aantal bokkers. Ook Duitse en Deense kustvissers gebruiken de techniek. Tot slot zijn er Nederlandse vissers, die deze vorm van visserij onder Noorse of Franse vlag uitoefenen.

Het gros van de Nederlandse boomkorvloot is uitgerust met een vermogen van 2000 pk. Een kleine categorie beschikt over een vermogen dat hoger ligt dan 2000 pk. Dit betreft zonder uitzondering kotters die voor 1988 zijn gebouwd. Vooral Arnemuiden is bekend om zijn grote boomkorkotters. De grootste Nederlandse boomkorkotter was jarenlang de in 1985 gebouwde ARM-18 Joris Senior, met een tonnage van 635 brt. Deze kotter is in 2002 gesaneerd en werd enkel overtroffen door de Brits-Urkse PD-147. In België mogen boomkorkotters een maximaal motorvermogen bezitten van 1.200 pk.