Kunnen elektrische pulsen  schadelijk zijn? De experimenten.

Borstelwormen, garnalen, tongen, kabeljauwen en zeebaarzen werden tijdens een reeks testen blootgesteld aan elektrische pulsen. Analyses betreffende gedrag,  overleving en het voorkomen van letsels toonden aan dat het ene dier al gevoeliger is dan het andere. Bij borstelwormen werd geen enkel effect waargenomen. In de experimenten met garnalen werd het gezondheidseffect bekeken na een 20-malige blootstelling aan de tongpuls -  een frequentie die vele malen hoger ligt dan die waaraan garnalen in open zee blootgesteld kunnen worden. De effecten van die blootstelling werden vergeleken met de effecten van blootstelling aan wekkerkettingen, en met de afwezigheid van blootstelling. Bij deze tests werd geen verschil in overleving gezien tussen de drie behandelingen. Maarten Soetaert: “Elektrische pulsen zijn dus niet schadelijker dan de klassiek gebruikte wekkerkettingen.”

Inzake platvis was Maarten Soetaert verrassend genoeg de eerste die experimenteel onderzoek uitvoerde naar mogelijke schade door elektrische pulsen. Blootstellingsexperimenten met tong bevestigden dat er een kramp optreedt bij pulsen met een frequentie hoger dan 40 Hz, gevolgd door een vluchtreactie. Sterfte, uitwendige of microscopische letsels aan de organen of skelet werden niet waargenomen. Dit wijst erop dat tong blootstelling aan elektrische pulsen goed kan weerstaan zonder directe of onomkeerbare letsels.

Tests met zeebaars leverden gelijkaardige resultaten op. Bij kabeljauw was dat niet het geval: kabeljauw die zich dicht tegen de elektrode bevond (op minder dan 20cm) bij blootstelling aan de commerciële kramppuls ondervond  in 0-5% van de gevallen schade en bloedingen ter hoogte van de wervelkolom. Dit is echter beduidend minder dan de 0 tot 70% die werd waargenomen in andere studies met dezelfde opstelling en dezelfde soort, wat aantoont dat er ook grote verschillen kunnen zijn in gevoeligheid binnen dezelfde vissoort. Het is vooralsnog  onduidelijk wat de oorzaak is van deze variatie.  In elk geval nopen zowel deze resultaten als de onduidelijkheid over effecten op lange termijn tot verder onderzoek én tot voorzichtigheid, vooral met het oog op eventuele grootschaliger commerciële toepassing.